Het concert van Keulen
Begin jaren '70.
Een Duitse tiener, Vera Brandes, begint op haar vijftiende jazzconcerten te organiseren.
In 1974 lanceert ze in Keulen de concertreeks "New Jazz".
Voor het vijfde concert mikt ze hoog. Ze nodigt pianist Keith Jarret uit.
Jarret is dan al een gevestigde naam. Na samenwerkingen met Art Blakey en Miles Davis verschuift zijn focus steeds meer naar solowerk en improvisatie.
Ze kan hem strikken en het concert staat gepland op zondag 24 januari 1975 om 23:30 in het Opera House in Keulen.
Da's laat, maar het enige slot dat Brandes kan krijgen. De opera programmeerde in die periode nog geen jazz.
De dag van het concert is de zaal volledig uitverkocht. Brandes heeft een vleugelpiano laten klaarzetten. Een Bosendorfer 290 Imperial, op dat moment de enige piano met 97 toetsen.
Maar er is een probleem.
De piano is niet de Imperial, maar een kleiner oefenmodel. Slecht onderhouden. Mechanisch onbetrouwbaar. Dun in de bas. Schel in de hoogte. Om hem speelbaar te maken zijn uren werk nodig.
Brandes schakelt halsoverkop een pianostemmer in en probeert alsnog een echte 290 Imperial te laten komen. Tevergeeft. Transport, zonder het juiste materiaal en in koud stormweer, zou het instrument onherstelbaar beschadigen.
Ondertussen is Jarrett onderweg vanuit Zürich. Niet per vliegtuig - hoewel Brandes tickets had geregeld - maar in een oude Renault 4. Achter het stuur zit Manfred Eicher, de man die 5 jaar eerder ECM Records oprichtte, het klassiek/jazz label waaronder Jarret al enkele jaren werkt.
Na een lange, slopende rit arriveert Jarrett laat in de namiddag in Keulen. Na heel wat moeilijke nachten, is Jarret moe en heeft pijn in de rug.
Wanneer hij de piano inspecteert, houdt Brandes haar adem in.
"Ik kan hier niet op spelen", zegt hij.
Pas na lang aandringen stemt hij in om het toch te proberen.
Labelbaas Eicher had tenslotte zijn twee microfoons en bandrecorder al opgesteld om op te nemen.
Door vertraging in het restaurant eet Jarret amper. Hongerig, uitgeput, met pijn in de rug en zichtbaar gefrustreerd stapt hij het podium op.
Hij begint met een eenvoudige melodie - geïnspireerd op een klokkenspel dat hij die avond buiten had gehoord.
Wat volgt is Keith Jarret die een uur lang improviseert op een slechte piano.
Hij omzeilt de zwakke bas en gebrek aan dynamiek door vooral repetitieve, rimische progressies te spelen in het middenregister.
Hij buigt als het ware de beperkingen van het instrument om tot inspiratie.
Het concert werd opgenomen en op plaat gedrukt als The Köln Concert. Het groeit uit tot het best verkochte solo-jazzalbum én het best verkochte pianoalbum aller tijden.
Luister hieronder: