Wim Houben

The Design of Everyday Things

De mindset die me een boeiende job opleverde.

Het boek The Design of Everyday Things

Ergens begin jaren ‘00. Ik ben nog geen 10 jaar oud en zit voor de televisie. Ik voel de spanning van onder de deur komen. In de kamer langs me zit mijn vader te vloeken achter de computer:

“VERDOMME!! WAAROM WERKT DIT NU NIET!!”

De kiem voor mijn toekomstige job werd geplant.

Fast forward naar 2012. Dat jaar koop ik toevallig een boek genaamd "The Design of Everyday Things" of "Het Ontwerp van Alledaagse Dingen". Het werd geschreven door Don Norman. Een academicus met een achtergrond in psychologie en technologie. In 1993 werd hij de allereerste werknemer van Apple die mocht proberen om computers gemakkelijk te maken voor mensen.

Hij schreef dit boek uit frustratie over een samenleving die mensen de schuld geeft - en mensen die zichzelf de schuld geven, wanneer ze niet overweg kunnen met technologie.

Stel je voor. Je staat voor een winkel en wil naar binnen. Je ziet een grote glazen deur met aan beide kanten identieke metalen handgrepen. Je twijfelt: trekken of duwen? Je trekt. Niets. Misschien niet hard genoeg? Je trekt nog eens. Nog steeds niets. Terwijl de blikken van voorbijgangers je zenuwachtig maken, denk je: “Waarom ben ik nu zo dom dat ik aan deze deur trek? "Ik had gewoon moeten duwen.".

Maar volgens Norman moeten we de deur met de vinger wijzen. Niet jou.

Want achter deze deur zit een team dat een hele reeks beslissingen maakt over hoe die deur er uit ziet en hoe hij werkt. Design gaat dus niet alleen over het mooi maken van dingen, maar ook hoe je er mee werkt. In dit klassieke voorbeeld werd veel aandacht besteed aan hoe de deur er uit ziet. Gebruiksgemak werd als vanzelfsprekend geacht. “Het is toch duidelijk hoe deze deur werkt? Als ik ermee kan werken, kan toch iedereen ermee werken?" dachten ze.

Wij mensen - en voornamelijk ingenieurs met iets te veel zelfvertrouwen, denken dat - omdat we zelf mens zijn, we menselijk gedrag perfect begrijpen. Maar dat is niet zo. Wij begrijpen onszelf niet. Mensen zijn zeer complexe wezens. En niet iedereen reageert, functioneert, en gedraagt zich op dezelfde manier.

Daarom hebben we ontwerpers zoals ik, die meewerken aan de ontwikkeling van computers, apps, medische apparaten, bedieningspanelen voor industriële machines, parkeerautomaten, kiosks op luchthavens, enzovoort. Met behulp van de technieken in dit boek probeert de ontwerper - samen met het team van ingenieurs, project managers, en marketeers, een gebruiksvriendelijk apparaat te ontwerpen. Een apparaat dat communiceert, wat je ermee kan doen, wat de mogelijke acties zijn, hoe je die acties uitvoert, en wat er gebeurt als je op een bepaalde knop drukt.

Nu, in theorie klopt de theorie altijd, maar in de praktijk is dat vaak anders. Want mensen zijn complex en onvoorspelbaar. Daarom gaat de ontwerper - in de ideale situatie, een apparaat altijd testen met mensen die het later zullen gebruiken: Begrijpen ze het? Vinden ze hun weg? Vinden ze het leuk en gemakkelijk?

De methodes uit dit boek redden zelfs levens. Want mensen in paniek, hebben de neiging om dezelfde actie te herhalen. Zo ook mensen in een brandend gebouw die tevergeefs aan een deur blijven trekken wanneer je eigenlijk moet duwen. Tot een team van designers op de proppen kwam met een branddeur. Een deur waar je op de grote rode bar moet duwen om hem te openen. Een briljante oplossing voor een levensbedreigend probleem.

De wereld en ik hebben veel te danken aan Don Norman. Hij heeft me de mindset geleerd die de deur heeft geopend naar een boeiende en uitdagende job. Boeiend, want je staat altijd middenin het meest innovatieve deel van een organisatie. En uitdagend omdat je samenwerkt met een gevarieerd pallet aan personen die allemaal met een andere blik naar je ontwerp kijken.

Een boek kan deuren openen.