Wim Houben I Home I Over I Abonneer


De kunst van vertragen: wat de Amish ons leren over technologie

In een tijd waarin technologie als een snelheidstrein door ons leven raast, bieden de Amish een inspirerend alternatief.

De Amish is een protestantse geloofsgemeenschap met roots in Europa. In de 18e eeuw werden ze gedwongen het continent te verlaten en trokken ze richting Amerika. Ze hebben de reputatie om in het verleden te leven, wat vaak geassocieerd wordt met het beeld van een typische Amish-familie in ouderwetse kledij, op een boerderij, met paard en kar.

Kevin Kelly, auteur van What Technology Wants, woonde enige tijd bij een Amish gemeenschap en kwam tot een opmerkelijke conclusie: de Amish zijn allesbehalve anti technologie. Het zijn ingenieuze hackers, makers en doe-het-zelvers. Zodra je een Amish-boerderij nadert en een kind met strohoed op fancy inline-skates voorbij ziet rollen, vervaagt het idee dat ze vastzitten in het verleden.

De keuzes van de Amish zijn complex en vaak verrassend.

Sommige groepen gebruiken enkel traktors met stalen wielen, zodat ze geen gebruik kunnen maken van asfaltwegen. Ze hebben geen auto's, maar als je aan een school gaat kijken, zie je minivans toekomen met groepen Amish op de achterbank. Creditcards zijn verboden, maar wegwerpluiers en pesticiden worden vaak gebruikt. Internet is een omstreden onderwerp, terwijl gsm’s, smartphones, en zelfs huistelefoons bijna altijd verboden zijn.

De Amish zijn niet aangesloten op het elektriciteitsnet. Dat ontdekt Kelly tijdens zijn bezoek aan een schrijnwerkerij. Overal ziet hij bebaarde mannen hout door schreeuwende machines duwen. De energie komt niet van het net, maar van een dieselgenerator zo groot als een SUV, die achter het gebouw staat.

Deze bevolkingsgroep heeft duidelijk een complexe relatie met technologie. Maar uit de observaties van Kelly blijkt dat ze niet zomaar alles verwerpen wat modern is. Ze doen iets verassend eenvoudig maar radicaal in ons tijdperk van onbezonnen technologiegebruik:

Ze vertrekken vanuit hun waarden en werken achterwaarts.

Ze stellen zichzelf de vraag of een nieuwe technologie hen ten goede zal komen, of juist schade zal aanrichten. Zal het de gemeenschap versterken of juist uit elkaar drijven?

Een goed voorbeeld is de afwijzing van privéauto's. De reden waarom de Amish geen auto's bezitten, maar wel gebruik maken van taxi's, heeft te maken met de impact van auto's op de gemeenschap. Toen auto’s hun intrede deden, gingen mensen hun tijd besteden aan uitstapjes naar andere dorpen, in plaats van bij familie langs te gaan of voor de zieken te zorgen.

De reden dat ze niet aansluiten op het net, is niet omdat ze elektriciteit afwijzen. Maar een aansluiting zou hen te sterk verbinden met de buitenwereld, wat indruist tegen hun Bijbelse overtuiging, die zegt: "Wees in de wereld, niet van de wereld."

Ze hebben geen telefoon in huis, omdat dit het gezinsleven zou verstoren. Vaak staat er een houten hutje met een telefoon op straat die de gemeenschap kan gebruiken voor belangrijke telefoontjes. Over smartphones en gsm’s zeggen ze dat deze technologieën "berichten in plaats van conversaties creëren".

Eens je met die blik naar deze gemeenschap begint te kijken, kan je ze niet verwerpen als een groep die zich gedraagt als een levend museum.

Het is een vorm van modernisme die we onmogelijk kunnen negeren in onze eigen vechtrelatie met technologie.

Ik wil voorzichtig zijn met het idealiseren van de Amish-gemeenschap. De regels die zij zichzelf opleggen, worden beslist door een groep van 4 mannen die voor het leven verkozen zijn. Twee keer per jaar is er een vergadering waar bezorgdheden geuit worden, maar vrouwen worden daar niet uitgenodigd.

Toch vormen ze een bron van inspiratie. Het zijn trage techneuten die vooruitgang niet willen stoppen, maar vertragen. Ze omarmen technologie pas tientallen jaren na de rest van de wereld. Tegen dan zijn de voor -en nadelen duidelijk, en is de technologie stabiel en betaalbaar. Ze experimenteren, zijn selectief in hun keuzes, en durven nee zeggen wanneer iets niet in lijn ligt met hun waarden. Want technologie moet de gemeenschap en het gezin ten goede komen.

De vraag is natuurlijk: leidt deze levensstijl ook tot een gelukkiger leven?

Als buitenstaander lijkt een leven zonder elektriciteit of auto op een marteling. Toch blijkt dat de Amish meer ontspanning en sociale cohesie ervaren dan de gemiddelde mens. Uit getuigenissen leren we dat ze altijd tijd vinden om te lezen, een spelletje te spelen, vrienden te bezoeken, of hun hobby's te beoefenen.

Ze hebben ook een ritueel genaamd Rumspringa. Tijdens deze periode mogen tieners op hun 16e proeven van het moderne leven. Ze mogen experimenteren en daarna de keuze maken om de Amish gemeenschap te verlaten of terug te keren. Tot wel 90% van de jongeren keert terug.

Eric Brende besloot deze levenswijze zelf te testen door zijn ingenieursdiploma op te geven en naast een Amish gemeenschap te gaan wonen. In zijn boek Better Off concludeert hij dat het ontbreken van elektronisch entertainment, lange autoritten en technologische rompslomp hem meer ontspanning gaf. En het fysieke werk, zoals hout hakken en afwassen, gaf hem ook nog eens een diepe voldoening.

Zelf voer ik ook af en toe zo'n test uit.

Want elk jaar ga ik samen met vrienden op chirokamp om te koken voor wel 300 kinderen. Ik gebruik daar geen smartphone en geen computer. We slapen in tenten en gebruiken beperkte keukentechnologie. Het is hard werken: een buitenkeuken opbouwen, met zware potten sleuren, uren afwassen en kilo's wortels raspen.

Hoe kan dat fijn zijn? Dat is fijn omdat we samen, dag in dag uit in de weer zijn om een goede maaltijd op tafel te zetten. Dat is fijn omdat we elkaar leuk vinden en samenwerken omdat we dat willen. Dat is fijn omdat we na een dag labeur samen een pint drinken en goede gesprekken voeren. Omdat we weten dat de kinderen voldaan zijn. En wanneer ik dan 's avonds mijn tent in kruip, voel ik mij ook voldaan.

De Amish doen me realiseren dat om maximaal gelukkig te zijn, we moeten zoeken naar het minimum aan technologie.

Ik gebruik geen Instagram, LinkedIn of Strava. Ik draag geen smartwatch en meet geen sportprestaties. Ik laat mijn smaak niet bepalen door algoritmes. En ik twijfel over smartphones, laptops, nieuwswebsites en streaming.

Maar, dat betekent niet dat ik tegen vooruitgang ben. Integendeel, we kunnen pas een beperkte set van tools samenstellen als anderen een brede waaier aan opties ontwikkelen.


Referenties